Colm John Cahill, genezen van epilepsieColm John Cahill van het eiland Jersey (UK) is op miraculeuze wijze genezen van zware epilepsie.  U leest zijn wondermooi verhaal hieronder.

Op een dag, ik was zeven jaar, zat ik bij mijn vader in de auto.  Die dag veranderde mijn leven totaal.  We waren op weg naar huis na een sportwedstrijd op school.  Een grote truck reeds ons achteraan aan en katapulteerde onze auto 10 meter naar voren.  Vanaf dat moment begon ik te lijden aan epileptische aanvallen.

De juiste oorzaak kon nooit achterhaald worden door mijn artsen.  In het begin had ik één aanval per week.  Later werden ze erger en frequenter.  Op mijn elfde kreeg ik meerdere epileptische aanvallen, wel vier tot vijf per dag.  Bij elke aanval verloor ik volledig het bewustzijn.  Mijn lichaam viel in spasmen op de grond gedurende tien tot vijfenveertig minuten.  Daarbij liep ik meermaals verwondingen op.  Op een keer stond ik bovenaan de trap en het volgende moment dat ik me herinner, was toen ik wakker werd in een ziekenhuisbed.

Ik kon geen normaal leven meer leiden.  Er moest altijd iemand over me waken.  Mijn zenuwen bestierven het van angst, omdat het gevaar altijd kon toeslaan.  Ik moest elke ruimte overschouwen voor het betreden, om te vermijden dat ik zou kunnen neerstuiken te midden van gevaarlijke voorwerpen.  Ik kon nooit meer vrij rondlopen, sporten, of eens langs een vriend gaan.  Telkens ik ging zitten, werd mijn rug ondersteund uit veiligheid.  Elke beweging die ik maakte, gebeurde beredeneerd.

Ik voelde me extreem depressief en bezorgd over wat er van mijn leven en toekomst moest worden, als ik tenminste nog een toekomst had.  Ik groeide op in een katholiek gezin maar vond het moeilijk te geloven in een God die liet gebeuren wat er mij overkwam.  Ik kon niet begrijpen hoe een lijdend kind als ik, in verhouding kon staan tot de Liefde.  Op dat moment zag ik ook niet in hoezeer mijn familie met mij meeleed.  Ik was de middelste van vijf kinderen en mijn ziekte eiste zijn tol, niet alleen voor mijn ouders, maar ook voor mijn twee zussen en twee broers.  Ze moesten voortdurend naar mij omkijken, een zware verantwoordelijkheid op hun jonge schouders.

Ik ben afkomstig van de kanaaleilanden voor de kust van Normandië (F).  Meer bepaald van het eiland Jersey, een deel van het Verenigd Koninkrijk.  Sedert 2003, ik was toen twaalf, ging ik voortdurend in en uit de ziekenhuizen op het eiland.  Twee keer werd ik naar Londen overgevlogen om verscheidene neurologen te consulteren.  We hoopten dat zij de oorzaak van mijn veelvuldige epileptische aanvallen zouden kunnen achterhalen om aldus een remedie uit te werken.  Maar helaas, het haalde allemaal niets uit.  Sedert mijn achtste moest ik elke dag een cocktail aan medicijnen innemen.  Elke paar maanden wijzigde de samenstelling ervan, van Epilim naar Tegretol, over Lorazapan tot Liapazan enzovoort, enzovoort,...

Ik leefde in een voortdurende kritieke toestand en mijn toekomst was hopeloos.  Ik voelde niet veel emoties meer, temeer daar verschillen in emotie nog meer epilepsie-aanvallen uitlokken.  Mijn leven en innerlijke gemoedstoestand was niets anders dan hulpeloosheid.  Ik heb nooit zelfmoord overwogen, want in mijn aanvoelen was ik eigenlijk al dood.

Mijn familie heeft alles gedaan om mijn epilepsie te voorkomen en te genezen.  Ze hebben elke specialist ter wereld gecontacteerd, van Amerika tot Australië, maar allemaal zonder succes.  Toen ik dertien was, besloot mijn familie met tegenzin dat ik zou moeten opgenomen worden in een instelling.  Ik was hiervoor erg bevreesd, maar stemde erin toe omdat ik besefte dat zij anders geen enkele dag normaal leven meer zouden kennen.  Ik zou nog af en toe naar huis mogen gaan, en als ik me goed genoeg voelde, zouden mijn ouders me zelfs meenemen naar de kerk.  Maar ik zou wonen in een instelling waar ik 24u/24u onder toezicht stond, tot aan mijn dood die het onvermijdelijk gevolg zou zijn van mijn noodzakelijk overmatig geneesmiddelengebruik.

In datzelfde jaar -we zijn dan in 2004- kwam er een nieuwe priester naar Jersey.  Mijn familie werd erg 'close' met hem.  Ik ontmoette hem voor het eerst toen hij me kwam opzoeken toen ik weer eens in het ziekenhuis lag.  In mei 2004 kwam hij naar ons thuis en vroeg hij om mij langer te spreken.  Hij vertelde me dat hij naar een plaats ging die Medjugorje heette.  Ik wist niet wat dat was of waar het lag.  "Ik wil naar daar gaan, en daar voor jou bidden", zo zei hij.  "Oké", antwoordde ik zonder het minste enthousiasme.  "Ik wil ook iets aan jou vragen", ging de priester verder.  "Ik zal jouw moeder een berichtje sturen vanuit Medjugorje, en op die momenten moeten jullie bidden."  In al mijn hulpeloosheid en wanhoop stemde ik erin toe.  Ik dacht over zijn Medjugorjereis: waarom niet?  Er heeft toch niets geholpen.  Waar de wereld in tekortschiet, kunnen God en moeder Maria Mij misschien ter hulp schieten.  Ik wendde mij tot Hen en, zonder de minste hoop vroeg ik Hen: "Kan U iets voor mij doen?  Kan U mij helpen?"

Colm in MedjugorjeDe week nadien vertrok onze priester naar Medjugorje.  Ik was zijn gebedsintentie tijdens zijn zevendaagse bedevaart.  Tijdens elke Mis die hij bijwoonde, tijdens elke Rozenkrans die hij bad, tijdens elk gebedje dat hij bad, elke keer dat hij de Kruisberg beklom, vroeg hij dat ik zou mogen genezen.  Op 21 mei ontvingen we een bericht van hem.  De Heilige Maagd zou die avond op de Podbrdo verschijnen aan Ivan, om 22u in Medjugorje, 21u in Jersey.  Hij vroeg me om precies op die tijd te bidden.  Kort voor 21u ging ik naar onze tuin.  Dat was vreemd, want het was al donker buiten en ik was daar alleen.  Dat was op zich ook al een hele sprong in mijn geloof want normaal zou ik me nooit alleen buiten gewaagd hebben.  Ook mijn moeder volgde mij niet.  Als een akte van geloof liet ze mij toe om alleen buiten te gaan.  Ik hield een kruisbeeld, zes kaarsjes en een rozenkrans in mijn armen.  Ik wist niet wat ik aan het doen was.

Ik wilde er iets sacraals van maken, dus creëerde ik een geïmproviseerd altaar en plaatse in het midden op de tuinbank het kruisbeeld met de zes kaarsjes, drie aan elke kant.  Nadat ik de kaarsjes ontstoken had, knielde ik voor mijn 'altaar' en nam ik een boekje over hoe de Rozenkrans te bidden.  Die nacht bad ik het allereerste tientje van mijn leven, met de rozenkrans in mijn ene hand, en het boekje in de andere.

Toen 21u naderde, bleef ik in voortdurend gebed.  Er waaide een onstuimige wind en ik was zenuwachtig.  Ik verwachtte dat de kaarsjes uitgeblazen zouden worden, maar eigenaardig genoeg bleven ze branden.  En dan, om precies 21u, hetzelfde uur als waarop Maria in Medjugorje ter aarde neerdaalt, begon alles.

Het stopte plots met waaien, in een fractie van een seconde.  De wind viel niet geleidelijk weg, het was plotsklaps totaal windstil.  Het werd ineens volledig stil, vredevol stil.  Ik staarde intens naar het kruisbeeld.  Klagend riep ik: "HELP MIJ!"  Het was alsof die twee woorden er wel honderd waren.  Ze beschreven de totale schreeuw uit mijn hart.  Ik wilde enkel maar verlost worden van mijn ziekte.  Toen gingen voor mijn ogen bij wonder alle zes de kaarsjes één na één uit, van links naar rechts, telkens met twee seconden tussentijd.  Toen alle kaarsjes gedoofd waren, voelde ik een buitengewone energie en vrede in mij komen.  Ik voelde langzaam een kracht in mij opkomen, doorheen heel mijn lichaam tot in mijn hoofd.  Dat duurde zo'n dertig seconden en dan kwam er een doordringende vrede in mij, terwijl ik nog steeds geknield was in een aanhoudende, geheimzinnige stilte.

Sedert mijn zevende, toen het ongeluk gebeurde, leed ik aan voortdurende hoofdpijn en duizeligheid vanwege de medicijnen die ik moest nemen.  Plotseling waren die symptomen verdwenen.  Totaal ontdaan en verward door wat er met de kaarsjes gebeurd was en door de intense stilte in de tuin, stond ik op en ging terug naar binnen.  Ik ging meteen naar bed.  De volgende ochtend toen ik wakker was, wachtte een nieuwe bericht van de priester in Medjugorje.  Hij zei dat Onze-Lieve-Vrouw tijdens de Verschijning aan Ivan speciaal gebeden had voor de zieken.

De dag verstreek en ik kreeg geen epileptische aanval.  De volgende dag ging voorbij en ik kreeg geen epileptische aanval.  Ik durfde er niet teveel op hopen, maar ik begon een zekere opwinding te voelen in mij.  De week daarna kwam de priester terug uit Medjugorje.  Nog steeds had ik geen epileptische aanval gehad... en geen hoofdpijn... geen hallucinaties... geen duizeligheid.  Op dat moment begonnen mijn familie en ik ons te realiseren wat er met mij gebeurd was in onze achtertuin.  Ik was totaal genezen!

Mijn artsen konden geen verklaring vinden hoe de epilepsie-aanvallen plots konden stoppen, maar de priester wist het antwoord.  Ik had geen geloof als kind, noch had ik geprobeerd iets over het geloof te leren.  En nu was mijn geloof onmogelijk te ontkennen.  "Je bent genezen", zei de priester, "door God, op voorspraak van zijn Moeder."

De artsen begonnen mijn geneesmiddelen af te bouwen.  Omdat ik van zoveel medicijnen afhankelijk was, durfden ze niet meteen alles achterwege te laten.  Het duurde nog acht maanden, tot het begin van 2005, vooraleer ik van alle geneesmiddelen verlost was.  Eén voor één ontdeden al mijn familieleden zich van hun lang opgebouwd ongeloof en barstten zij spontaan uit in geloof, lofprijzing en dankzegging.  Omdat ik nogal verlegen van aard ben, uitte mijn dankbaar hart zich door een grote glimlach op mijn gelaat, terwijl ik vanbinnen op en neer sprong van vreugde.  Ik voel me zo gelukkig met het leven en voel een diepe liefde voor Onze-Lieve-Vrouw en voor Jezus Christus.

Colm besloot het seminarie binnen te gaan en priester te wordenMet herwonnen nieuwsgierigheid wilde ik mijn geloof ontdekken, wilde ik Onze-Lieve-Vrouw en haar Zoon Jezus leren kennen, en wilde ik naar Medjugorje gaan.  Dit is allemaal uitgekomen.  Precies een jaar later, op 20 mei 2005, zette ik voet in Medjugorje.  Op de verjaardag van mijn genezing.  En ik ben altijd blijven teruggaan naar Medjugorje.  Ik ben nu in het zevende jaar na mijn genezing en ik ben nog altijd perfect gezond.  Samen met mijn hervonden levenslust, vreugde en nieuwsgierigheid, kwam ik natuurlijk ook moeilijkheden en uitdagingen tegen op mijn levensweg.  Mijn genezing betekent niet dat ik plots een heilige werd.  Ik ben genezen als een normale tiener, met zijn kopzorgen en te overwinnen hindernissen.  Doorheen de voorbije jaren waarin ik mezelf en God beter leerde kennen, ontdekte ik ook mijn roeping.  In september 2011 zal ik het seminarie binnengaan en de studies aanvatten om katholiek priester te worden.

Ik begrijp dat de uitspraak "Voor God is niets onmogelijk", letterlijk mag genomen worden.  Het is echt zo.  Toen ik mij tot Hem wendde in absolute hulpeloosheid en zelfs de grootste specialisten ter wereld mij niet konden genezen, heeft de Almachtige mij het leven geschonken.

Fotogalerij

Zoeken in Bedevaart.net

Google Translator

Dutch Croatian English French German Italian Polish Slovak Slovenian Spanish