Getuigenis van Mevrouw Pascale GRYSON – SELMECI afgelegd te Medjugorje op zondag 5 augustus 2012 na haar spontane  genezing tijdens de mis op 3 augustus na de communie…

Pascale verkiest een vraaggesprek om aan ieders verwachtingen te kunnen voldoen. Vandaar de eerste vraag:

« Pascale, had je om je genezing gevraagd ? »

Pascale : « Heel lang geleden heb ik om mijn genezing gevraagd. Je moet weten dat ik meer dan veertien jaar ziek was. Ik ben altijd gelovig geweest, diepgelovig en was gedurende gans mijn leven geëngageerd in de dienst van de Heer.  Toen gedurende die eerste jaren de eerste symptomen van mijn ziekte opdoken, heb ik om genezing gevraagd en gesmeekt. Andere mensen uit mijn familie hebben zich bij mijn gebed aangesloten. Het antwoord bleef echter uit, althans het antwoord dat ik verwachtte – al waren er wel andere antwoorden! – en op een gegeven ogenblik ben ik tot het besluit gekomen dat de Heer wat anders voorbereidde.

De eerste antwoorden die ik verkreeg waren de genades om die ziekte te dragen, genades van Kracht en van Vreugde. Geen voortdurende vreugde, maar wel in alle geval een diepe vreugde. Een vreugde in het diepste van mijn ziel; je zou kunnen zeggen dat het diepste puntje van mijn ziel zelfs op ogenblikken van grote nood,  door de Vreugde van de Heer bewoond bleef.

Ik geloof vast dat Gods hand altijd op mij gerust heeft. Ik heb nooit getwijfeld aan zijn liefde voor mij, ondanks deze ziekte die twijfels aan Zijn Liefde voor ons had kunnen doen ontstaan.

Enkele maanden geleden hebben mijn echtgenoot David en ikzelf een dringende oproep gevoeld om naar Medjugorje te gaan zonder dat we wisten wat Maria voor ons in petto had. Een absoluut onweerstaanbare aantrekkingskracht. Die oproep verraste me, vooral het feit dat we die allebei met dezelfde intensiteit voelden. Onze kinderen bleven daarentegen volkomen onverschillig, opstandig als ze waren tegen God omwille van mijn ziekte. Ze vroegen me indringend waarom God aan sommigen genezing schonk en niet aan anderen. Mijn dochter zei me: “Mama, waarom bid jij, die zoveel bidt, niet voor je eigen genezing?”. Maar ik had die ziekte na een jarenlange weg inmiddels aanvaard als een geschenk van God.

Ik zou u willen uitleggen wat die ziekte mij gebracht heeft. Ik denk niet dat ik de persoon zou zijn die ik vandaag ben, zonder de genade van die ziekte. Ik was een heel zelfzeker iemand; de Heer had mij menselijke talenten geschonken; ik was een briljante en fiere artieste; ik had woordkunst gestudeerd en mijn schoolcarrière was vlot en buitengewoon goed verlopen. Iedereen bewonderde me.

Om kort te gaan : ik denk dat die ziekte mijn hart geopend heeft en mijn blik verlicht. Het gaat immers om een ziekte die de ganse persoon raakt. Ik had echt alles verloren, ik ben zowel fysiek, geestelijk als psychologisch tot op de bodem gegaan, maar ik heb ook in mijn hart  kunnen ervaren en begrijpen wat andere mensen meemaken. De ziekte heeft mijn hart en mijn blik geopend. Ik geloof dat ik blind was en dat ik nu zie wat andere mensen kunnen mee maken, ik bemin hen, ik verlang hen te helpen, ik verlang er naar hen nabij te zijn.

Ik heb ook de rijkdom en de schoonheid van de relatie met de medemens kunnen ontdekken. Onze relatie als koppel werd verdiept ver boven iedere verwachting. Ik had mij nooit zo’n diepte kunnen voorstellen. In één woord, ik heb de Liefde ontdekt. De liefde van de Drie-ene God, van de Gospa (de moeder van God), maar ook die van de mensen uit mijn naaste omgeving, al die mensen die mij met zoveel tederheid omringd hebben.

Korte tijd voor ons vertrek op deze bedevaart, hebben wij besloten onze twee kinderen mee te nemen. Mijn dochter heeft me toen – hoe zal ik het zeggen – de inwendige opdracht gegeven voor mijn genezing te bidden, niet omdat ik die verlangde, maar omdat zij dat wou.

In de autocar op weg naar hier, naar Medjugorje, kreeg zij een briefje met een Woord dat zei dat als zij voldoende geloof had – ik herinner me de woorden niet exact – zij zieken zou kunnen genezen door hen de handen op te leggen. Ik heb haar, en ook mijn zoon, aangemoedigd om zelf die genade te vragen voor hun mama en zij hebben dat gedaan waarbij ze hun moeilijkheden om te geloven en hun opstandigheid overwonnen hebben.

Van onze kant was deze reis voor mijn man en mij een onvoorstelbare uitdaging. We moesten vertrekken met twee platte rolstoelen; ik kon niet in zithouding blijven. Ik moest een zetel hebben die zo plat mogelijk kon gelegd worden; we hebben er één gehuurd. Onze autocar was niet aangepast; vele armen hebben zich opnieuw en opnieuw aangeboden, gedurende de ganse dag, om me te dragen, om me uit de autocar te brengen, er weer in…

Die solidariteit zal ik nooit, nooit vergeten. Ze is voor mij het grootste teken dat God bestaat. Voor al die mensen die me geholpen hebben, terwijl ik niet eens kon praten, voor het onthaal dat de organisatoren mij voorbehouden hebben, voor ieder mens die al was het slechts één gebaar voor mij gesteld heeft, heb ik de Gospa gesmeekt hen Haar bijzondere en moederlijke zegen te schenken en hen het honderdvoudige terug te schenken van wat zij mij gegeven hadden.

Het was mijn grootste verlangen de verschijning van Maria aan Mirjana te kunnen meemaken. Onze begeleider was bereid mijn man en mijzelf ernaar toe te brengen. Opnieuw mocht ik een genade beleven die ik niet wil vergeten: meerdere mensen hebben de wetten van het onmogelijke getart door mij in mijn brancardiersstoel dwars doorheen een compacte menigte te brengen tot op de plek zelf, een klein altaartje waar de verschijning van Maria plaats vindt.

Verschillende uren van gebed in afwachting van de verschijning, uren die me één enkel ogenblik toeschenen, een ogenblik van de eeuwigheid… Ik kan u zeggen dat al op dat ogenblik al onze verwachtingen van onze Medjugorjereis al volkomen vervuld waren. 

Een missionaris-religieuze sprak mijn man en mij aan en herhaalde ons de boodschap die Maria speciaal bestemd had voor de zieken. Zij herinnerde ons eraan dat de Gospa genades belooft aan de zieken op één enkele voorwaarde, namelijk dat we de wil moeten hebben om als uitdrukking van ons geloof, ons lijden aan te bieden tot op het punt waarop we God danken voor wat we te verduren krijgen. Drie genades biedt Ze ons dan: Licht, Kracht en Genezing. De eerste twee genades begrijpen jullie makkelijk. Wat genezing betreft, had ik de zekerheid dat ik inwendige genezing kreeg. Wat ik bedoel is die volkomen inwendige Vreugde vergezeld van vrede. Geen enkele opstandigheid meer! Waar ik nu ook zeker van ben is dat de Heer ons allemaal geneest, maar dat die genezing progressief van aard is, sneller of minder snel in functie van de plannen van de Heer voor ons grootste welzijn. Het staat vast dat op de dag dat we de Hemel binnen treden, niemand van ons zich in een rolbed zal bevinden en ik dankte God voor die genezing die me te beurt zou vallen… ooit…

’s Anderendaags, vrijdag 3 augustus vertrok mijn man ’s morgens om de kruisweg te doen. Het was heel erg heet en het was mijn grootste droom hem te kunnen vergezellen. Er was echter geen drager beschikbaar en mijn toestand was werkelijk heel moeilijk te verdragen op dat ogenblik. Het was beter voor mij in mijn bed te blijven…

Ik zal me die dag herinneren als één van de pijnlijkste dagen van mijn hele ziekte…Ik moest werkelijk iedere ademhaling zoeken ondanks het ademhalingstoestel, de bipap die mijn vaste metgezel was tot dan.

Ik was ermee akkoord gegaan dat mijn man vertrok – nooit zou ik gewild hebben dat hij zijn plan zou opgeven – maar ik kon niet eten of drinken, geen medicijnen nemen. Ik was vastgenageld op mijn bed… Ik had zelfs de kracht niet meer om te bidden, ik bevond me eenvoudigweg in een face-to-face met de Heer…

Mijn man was heel gelukkig toen hij terug kwam, diep geraakt door wat hij op die kruisweg beleefd had. Hij werd vervuld van medelijden met mij, want zelfs zonder dat ik hem wat dan ook uitgelegd had, begreep hij dat ik mijn kruisweg beleefd had, in mijn bed.

Gedurende die kruisweg had men verschillende episodes uit het leven van Pater Slavko toegelicht; je moet weten dat mijn man die buitengewone pater pas had leren kennen via een film tijdens de autocarreis naar Medjugorje.

Ik had verwacht dat mijn man zou willen rusten na die bergtocht, maar tot mijn grote verbazing had hij slechts één plan en dat was mij zo snel mogelijk op het graf van pater Slavko te brengen. Ik liet me er dus naartoe brengen in het begin van de namiddag onder een verzengende zon. Opnieuw beleefden we daar een onvergetelijk ogenblik van verdieping en kregen we inwendige genades van Kracht, van Zachtheid, van Vrede en van Gemeenschap… Zonder onderling te overleggen spraken mijn man en ik hetzelfde gebed uit: “Heer, als het uw wil is dat ik zou genezen, niet half, niet een klein beetje, maar helemaal: niet voor onszelf, want wij werden al zo vervuld door uw Liefde – maar voor onze kinderen”. We hebben intens voor hen gebeden, opdat God hen onder zijn bescherming zou nemen en hen bij voorrang het beste zou schenken.

Mijn laatste krachten aansprekend, besloten we na het avondmaal deel te nemen aan de eucharistie. Ik ben zonder ademhalingstoestel vertrokken, want het gewicht van dat meerdere kilo’s wegende toestel op mijn knieën, kon ik niet langer verdragen.

We waren te laat… ik durf het nauwelijks te zeggen… maar we kwamen pas aan tijdens het evangelie…

We staken onze oortjes al in terwijl we nog onderweg waren om toch al iets op te vangen van wat er tijdens onze afwezigheid gezegd werd.

Van bij onze aankomst begon ik de tot de Heilige Geest te smeken in een vreugde die ik niet kan verwoorden. Ik vroeg Hem bezit te nemen van gans mijn wezen. Ik heb Hem mijn hernieuwd verlangen uitgedrukt Hem toe te behoren naar lichaam,ziel en geest.

Van toen af aan voelde ik me niet meer op aarde…

De viering ging verder tot aan de Consecratie en vervolgens tot het ogenblik van de communie waar ik intens op wachtte. Mijn man heeft me in de aanschuifrij gebracht achter de kerk. Een priester stak het pad over met het Lichaam van Christus. Hij kwam onmiddellijk naar mijn man en mij toe en passeerde al de andere mensen in de wachtrij.

We hebben allebei gecommuniceerd, alleen wij op dat ogenblik in die wachtrij. Wij zijn vervolgens aan de kant gegaan om plaats te maken voor de andere mensen die te communie gingen en om onze dankgebeden te beginnen.

Ik rook een krachtige en heel zachte geur, een hemels parfum. Ik had al ooit eerder een dergelijk parfum mogen ruiken en wel in de nabijheid van iconen die een naar rozen geurende olie afscheiden. Mijn ogen zochten om me heen om na te gaan van waar die geur wel kon komen… maar we waren alleen.

Mijn inwendige blik heeft zich vervolgens op God de Vader gericht en in mijn geest zag ik mezelf  in witte kledij, ik had het sacrament van de verzoening gekregen, dansen voor onze Vader…Met een kleine glimlach zei ik hem: “ enfin… je weet wel dat ik dat niet kan doen… enfin… wel met mijn ziel! Ik kan u loven en voor u dansen en zingen op een heel spirituele wijze”.  Vervolgens voelde ik een kracht door me heen gaan van links naar rechts, geen warmte, maar een kracht.  Mijn ongebruikte beenspieren werden doorstroomd met een stroom van leven. Ik zei toen tot God: “Vader, Zoon, Heilige Geest, als u aan het doen bent wat ik geloof,  dit ondenkbare mirakel aan het realiseren bent, dan vraag ik u een teken en een genade: laat mij toe met mijn man te communiceren”.

Ik heb mij tot mijn man gewend en probeerde hem te zeggen: “ruik je die geur?”.  Op de meest natuurlijke wijze antwoordde hij me: “neen,mijn neus is wat verstopt”!... Ik  zeg “natuurlijke” wijze omdat hij mijn stem sedert een jaar niet meer gehoord had! Om hem tot de realiteit te wekken, zei ik: “hei! Ik praat, hoor je me?!”…

En toen wist ik dat God Zijn daad had gesteld en in een handeling van geloof, heb ik mijn benen uit de zetel gelicht en ben ik recht gaan staan…Al de mensen om ons heen beseften wat er op dat ogenblik gebeurde. Eén persoon zei me dat ik er ongelooflijk jong uit zag. Voor mij was het alsof ik op de berg Tabor was, de berg van de gedaanteverwisseling...

De volgende dagen is mijn toestand van uur tot uur verbeterd. Ik heb er geen behoefte meer aan voortdurend te slapen en de pijnen die mijn ziekte veroorzaakte hebben plaats geruimd voor spierpijnen veroorzaakt door fysieke inspanningen die me sedert zeven jaar onmogelijk waren…

Dat is dus de geschiedenis die ik jullie wou vertellen. Als jullie vragen hebben, aarzel niet..”

Op de vraag “Hoe hebben uw kinderen op dit nieuws gereageerd?” het volgende antwoord: Ik denk dat de kinderen heel, heel gelukkig zijn, maar we moeten er rekening mee houden dat zij mij bijna constant als zieke gekend hebben en dat deze verandering een aanpassingstijd van hen zal vergen.

Op de vraag “wat is de naam van uw ziekte? » het volgende antwoord: De naam van de ziekte is leuco-encéphalopathie. Het gaat om een zeldzame en ongeneeslijke ziekte waarvan de symptomen lijken op die van multiple sclerose.

Op de vraag wat Pascale nu met haar leven wil gaan doen… Dat is een moeilijke vraag, want als God een genade aanbiedt, is het echt een enorme genade. Daar gaat een verantwoordelijkheid mee samen. Mijn grootste wens, en dat is een wens die ook mijn man deelt, is van trouw te blijven aan de Heer, aan zijn genade en voor zo ver het in onze mogelijkheden ligt, van hem niet teleur te stellen. Om dus heel concreet te zijn, wat me nu duidelijk is, is dat ik nu eindelijk mijn verantwoordelijkheid en mijn leven als mama en echtgenoot kan nemen. Dat heeft  voorrang.  Mijn diepe verwachting is ook van een gebedsleven te  kunnen gaan leiden, parallel met dit aardse, geïncarneerde leven; een leven van contemplatie. Ik zou ook graag in staat zijn hulp te bieden aan al de mensen die me erom vragen, welke hulp dat ook moge zijn. En verder wil ik getuigen van de Liefde van God in ons leven. Het is mogelijk dat andere activiteiten nu overwogen kunnen worden, maar ik wil geen enkele beslissing nemen zonder eerst diep onderscheid en inzicht te verwerven via het advies van een geestelijke begeleider, onder toezicht van God.

Interview en vertaling door Patrick d'Ursel en Patty De Vos van P.M.P. Bedevaarten.