Vatican Insider maakte de bevindingen en conclusie bekend van de Onderzoekscommissie naar Medjugorje onder leiding van kardinaal Ruini. Dit rapport werpt een geheel ander licht over de uitspraken van Paus Franciscus afgelopen weekend op terugreis van Fatima. Het rapport stelt voor om de eerste dagen van de verschijnigen reeds te erkennen als bovennatuurlijk en spreekt zich uitdrukkelijk uit om Medjugorje om te vormen tot Pauselijk Heiligdom en bedevaarten vanuit parochies en bisdommen voortaan officieel toe te laten. 

Dertien stemmen voor het erkennen van de bovennatuurlijke aard van de eerste zeven verschijningen in Medjugorje, één stem tegen en één onthouding. Een meerderheid aan onthoudingen en vertwijfeling bij de verschijningen sinds eind 1981 tot vandaag. Dat zijn de conclusies van de Onderzoekscommissie naar Medjugorje die in 2010 opgericht werd door Paus Benedictus XVI en voorgezeten door kardinaal Camillo Ruini.

Paus Franciscus enkele dagen geleden op terugreis van FatimaPaus Franciscus verwees naar dit rapport tijdens de persconferentie die hij gaf op de terugvlucht van Fatima, waar hij het onderscheid in beoordeling bekendmaakte tussen de eerste dagen van de verschijningen en de latere. "De commissie bestond uit goede theologen, bisschoppen en kardinalen. Het commissierapport was zeer, zeer goed", zei de Paus.

Het is bekend dat de Paus positief is wanneer het gaat om de geestelijke vruchten en bekeringen ("de mensen gaan erheen en bekeren zich. Mensen ontmoeten er God en veranderen hun leven"), maar hij is negatief wanneer het gaat om de huidige verschijningen ("ik verkies de Madonna als Moeder, onze Moeder, en niet als vrouw die aan het hoofd staat van een telegraafkantoor dat elke dag op een bepaald uur een boodschap moet uitsturen").

Van 17 maart 2010 tot 17 januari 2014 was een commissie actief, voorgezeten door kardinaal Ruini op vraag van Paus Benedictus XVI. Verdere leden waren kardinalen Jozef Tomko, Vinko Puljić, Josip Bozanić, Julián Herranz en Angelo Amato. Daarnaast psycholoog Tony Anatrella, de theologen Pierangelo Sequeri, Franjo Topić, Mihály Szentmártoni en Nela Gašpar, marioloog Salvatore Perrella, antropoloog Achim Schütz, specialist canoniek recht David Jaeger, rector van de Pauselijke theologische faculteit Zdzisław Józef Kijas, psycholoog Mijo Nikić en vertegenwoordiger van de Congregatie voor de Geloofsleer Krzysztof Nykiel. Hun opdracht bestond erin om alle bewijzen te verzamelen en te onderzoeken met betrekking tot Medjugorje en een gedetailleerd rapport te schrijven dat zich uitspreekt over het al dan niet bovennatuurlijk karakter van de verschijningen evenals de best passende pastorale oplossing. De commissie kwam 17 keer samen en besprak alle bewijsstukken die opgeslagen liggen in het Vaticaan, de parochie van Medjugorje en in de archieven van de geheime dienst van het voormalige Joegoslavië. De commissie ondervroeg alle zieners en alle betrokken getuigen en kwam in april 2012 ook zelf naar het dorp in Herzegovina.

Eentje uit de oude doos... Medjugorje tijdens de beginjarenDe commissie stelde een zeer duidelijk verschil vast tussen het begin van de gebeurtenissen en de daaropvolgende ontwikkeling en besloot twee verschillende stemmingen in twee verschillende fasen te houden. De eerste zeven veronderstelde verschijningen tussen 24 juni en 3 juli 1981 werden apart behandeld van de latere. De commissieleden en experten stemden met 13 voor het erkennen van het bovennnatuurlijk karakter van de eerste verschijningen. Eén lid stemde tegen en één expert onthield zich. De commissie stelt dat de zeven jonge zieners psychisch normaal waren en verrast waren door de verschijning en dat zij in het geheel niet beïnvloed werden door de Franciscanen, door de parochie of door enig ander iemand. Zij toonden zich volhardend in het toenmalig beschrijven van de gebeurtenissen, ondanks dat de politie hen arresteerden en bedreigden met de dood. De commissie verwierp ook de hypothese van een duivelse oorsprong van de verschijningen.

Met betrekking tot de tweede fase van de verschijningen nam de commissie nota van een felle interferentie door het conflict tussen de bisschop en de Franciscanen van de parochie, en daarnaast ook het feit dat de verschijningen van tevoren aangekondigd worden, voor elke ziener individueel geprogrammeerd zijn en gevolgd door herhaaldelijke boodschappen. Deze verschijningen gingen verder hoewel de jongeren hadden gezegd dat ze zouden ophouden, wat in praktijk nooit gebeurd is. Dan zijn er nog de "geheimen" met een apocalyptisch luchtje aan, die de zieners zeggen ontvangen te hebben tijdens de verschijningen.

Over deze tweede fase stemde de commissie in twee rondes. Eerst bekeek men de geestelijke vruchten van Medjugorje zonder het gedrag van de zieners daarbij in rekening te brengen. Op dat vlak spraken 3 leden en 3 experten zich positief uit. 4 leden en 3 experten zegden gemengde gevoelens te hebben maar toch overwegend positief. De 3 resterende experten zegden gemengde gevoelens te hebben, maar overwegend negatief. Na de geestelijke vruchten werd dan het gedrag van de zieners beoordeeld. 8 leden en 4 experten zeggen zich niet te kunnen uitspreken, terwijl 2 andere leden tegen een bovennnatuurlijke oorsprong stemden.

Rekening houdende met het feit dat het geestelijk leven van de zieners nooit langdurig gevolgd werd, samen met het gegeven dat de zieners geen groep meer vormen, heeft de commissie besloten om de ban op officiële bedevaarten naar Medjugorje te beëindigen. Aansluitend stemden 13 van de 14 leden en experten voor het toevertrouwen van Medjugorje aan een op te richten authoriteit binnen de Heilige Stoel en voor het hervormen van de parochie in een Pauselijk Heiligdom. Een besluit dat gebaseerd werd op pastorale redenen -de zorg voor miljoenen pelgrims, het vermijden van de vorming van een "parallelle kerk" en het uitklaren van economische vragen- maar dat op zich geen erkenning inhoudt van het bovennatuurlijk karakter van de verschijningen.

Tijdens zijn vliegtuiginterview haalde de Paus twijfels aan bij de Congregatie voor de Geloofsleer (CGL). De CGL onder leiding van kardinaal Gerhard Müller uitte twijfels bij de gebeurtenissen en bij het Ruinirapport en wilde deze gezaghebbende bijdrage aftoetsen aan andere meningen en verslagen. Tijdens een Feria Quarta in 2016, de maandelijkse bijeenkomst van de leden van de CGL, werd de zaak Medjugorje en het Ruinirapport besproken. Alle leden van de Feria Quarta ontvingen de tekst van de commissie maar ook andere documenten. Tijdens de vergadering werd aan de leden gevraagd om hun mening te geven. Paus Franciscus vond dat een opbod aan meningen en vroeg de leden van de Feria Quarta voortaan rechtstreeks aan hem te communiceren wanneer ze het niet eens zijn met het Ruinirapport.

Homilie van mgr. Henryk Hoser in MedjugorjeNa het bestuderen van het Ruinirapport en het beluisteren van de meningen van de leden van de CGL, besloot Paus Franciscus de Poolse Aartsbisschop mgr. Henryk Hoser aan te stellen tot speciale gezant van de Heilige Stoel om meer diepgaande kennis te verwerven over de pastorale situatie in Medjugorje, bovenal de noden te kennen van de gelovigen die op bedevaart komen naar Medjugorje, en voorstellen te doen voor pastorale initiatieven voor de toekomst. Tegen de zomer van 2017 zal mgr. Hoser de resultaten van zijn werk rapporteren aan de Paus waarna de Heilige Vader een besluit zou kunnen uitvaardigen.