De zevende dag
Op 30 juni 1981 wisten twee jonge vrouwen de kinderen te overreden om met de auto wat verder te rijden om rustig een wandeling te kunnen maken. In werkelijkheid wilden zij de zieners ver weg brengen van de plaats van de verschijningen. Hoewel de kinderen ver van de Podbrdo verwijderd waren, gebeurde het dat zij, toen het gebruikelijke moment van de verschijningen aanbrak, als door een innerlijke oproep gedreven, vroegen om uit de auto te worden gelaten. Zodra ze uitgestapt waren en begonnen te bidden, kwam O.L.Vrouw naar hen toe, vanuit de richting van de Verschijningsberg, die meer dan een kilometer van hen verwijderd was. Ze baden de zeven Onze Vaders, Weesgegroeten en Glories. De list van de twee vrouwen had niet gewerkt. Spoedig daarna hield de politie de kinderen en de pelgrims tegen om naar de plaats van de verschijningen te gaan. Allereerst werd de kinderen en later ook de bevolking verboden daarheen te gaan. Maar O.L.Vrouw zette haar verschijningen voort op andere plaatsen; bij hen thuis en op de velden. De kinderen waren intussen vertrouwd geraakt met de verschijningen en zij begonnen steeds vrijer tegen O.L.Vrouw te spreken. Met veel ijver probeerden zij haar raadgevingen op te volgen en luisterden naar haar waarschuwingen en boodschappen.
De parochiepriesters leidden de pelgrims inmiddels naar de kerk om hen in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan het Rozenkransgebed en de Heilige Mis bij te wonen. Ook de kinderen maakten zich sterk voor het Rozenkransgebed. Soms verscheen O.L.Vrouw juist op deze tijd aan de kinderen aan de kerk. Ook de pastoor zelf zag O.L.Vrouw, toen hij een keer de Rozenkrans voorbad. Onmiddellijk onderbrak hij het gebed en begon een bekend Marialied te zingen: "Ljiepa si, ljiepa Djevo Mario…" ("Oh, hoe schoon zijt Gij allerheiligste Maagd…") Alle aanwezigen merkten dat er iets buitengewoons met hem was gebeurd. Vervolgens getuigde hij, dat hij O.L.Vrouw had gezien. En zo geschiedde het dat hij, die tot dan toe niet alleen de verschijningen zelf in twijfel trok, maar ook openlijk optrad tegen de verspreiding van geruchten erover, hun verdediger werd. Hij gaf zijn steunbetuiging aan de verschijningen tot aan zijn gevangenneming. Vanaf die dag zagen de kinderen O.L.Vrouw in een nevenvertrek van de parochiekerk. De pastoor stemde hiermee in vanwege de nieuwe moeilijkheden en vaak ook gevaren waartegen hij de zieners wilde beschermen. Vooraf hadden de kinderen hem verzekerd, dat dit gebeurde in overeenstemming met de wensen van O.L.Vrouw. Vanwege het verbod van de plaatselijke bisschop moesten de kinderen echter vanaf april 1985 deze plaats in de kerk als plaats van de verschijningen verlaten. Van toen af hadden de verschijningen plaats in een kamer op de pastorie. Sinds het begin van de verschijningen tot op de dag van vandaag zijn er slechts vijf dagen geweest, waarop niemand van de zieners O.L.Vrouw heeft gezien. O.L.Vrouw verscheen niet altijd op dezelfde plaats, noch aan hetzelfde groepje of personen en ook duurden de verschijningen niet steeds een bepaalde tijd. Soms duurde een verschijning twee minuten, soms een uur. Ook verscheen O.L.Vrouw nooit op wens van de kinderen. Soms baden de kinderen en wachtten op de verschijningen maar verscheen O.L.Vrouw niet, vervolgens verscheen Zij kort daarna onverwacht. Soms verscheen Zij aan de ene ziener wel en aan de andere niet. Als Zij niet beloofd had om op een bepaalde tijd te verschijnen, dan wist niemand wanneer en of Zij wel zou komen. Ook verscheen Zij niet alleen aan de zieners, die Zij dit had aangekondigd, maar ook aan anderen van verschillende leeftijd, ras, opvoeding en levenswijze.
Dit alles bevestigt, dat de verschijningen geen inbeeldingen zijn. Zij hangen niet af van de tijd, noch van de plaats, noch van het gebed van de zieners of de pelgrims, maar van God, van zijn heilige Wil, die de verschijningen toestaat.
(C) Stichting Medjugorje Centrum, Kremerslaan 30, 6373 CW Landgraaf, Nederland.
Met hartelijke dank aan de Stichting Medjugorje Centrum voor het bereidwillig ter beschikking stellen van de tekst.